Implementatie leefstijlmonitoring

U bevindt zich hier: Home | Leefstijlmonitoring | Hoe implementeer ik als zorgorganisatie leefstijlmonitoring?

Implementatie leefstijlmonitoring

Verkoop aan de mantelzorg

Het systeem Sensara en in navolging de concurrent Livind verkopen de technologie - grotendeels - direct aan de mantelzorg en hebben daar het verkoopproces op ingericht. Bij het systeem Sensara is het de bedoeling dat het basispakket door de mantelzorg wordt gekocht en door de mantelzorg zelf wordt geïnstalleerd en geoperationaliseerd. Als er een zorgorganisatie bij betrokken is - bijvoorbeeld een casemanager dementie in dienst van zorgorganisatie X - kan deze een casemanager userinterface aanschaffen voor aansluiting op de door de mantelzorg aangeschafte systemen. Livind wordt van oorsprong verkocht aan zorgorganisaties, maar heeft zijn systeem en verkooporganisatie aangepast aan verkoop aan ook de mantelzorg. Het werkt dan in principe hetzelfde als bij Sensara: een zorgorganisatie kan later aansluiten.

In deze opzet kan een zorgorganisatie een adviserende rol hebben. Bijvoorbeeld via de casemanagers dementie of de wijkverpleging wordt deze mogelijkheid bij de mantelzorg onder de aandacht gebracht.

Actievere rol door een zorgorganisatie

In de projecten in Noord-Limburg, Friesland, Baarn-Soest en regio Nijmegen hebben zorgorganisaties een actievere rol bij het implementeren van leefstijlmonitoring. In de regio Nijmegen heeft dit een specifieke achtergrond: de technologie wordt ingezet om binnen het Volledig Pakket Thuis van de Wet Langdurende Zorg de cliëntveiligheid te kunnen borgen. Bij de andere projecten is dit niet aan de orde.

Een belangrijke rol bij de implementatie van leefstijlmonitoring spelen de zorgprofessionals, zoals casemanagers dementie. Bij communicatie direct naar de mantelzorg gaat de mantelzorg af op de mening van de meest betrokken zorgprofessional. Als deze niet zo positief is, haakt de mantelzorg vervolgens af.

De implementatie van leefstijlmonitoring in zowel Friesland als Baarn-Soest is in eerste aanleg op weerstand gestuit bij de zorgprofessionals. Daarom bleef het aantal aanmeldingen in de eerste zes maanden beperkt (Friesland).

Het draagvlak onder de zorgprofessionals is daarom een cruciale factor en dit draagvlak is bij in ieder geval een deel van de casemanagers na verloop van tijd zeker ontstaan. Alleen heeft dit tijd nodig gehad.

Casemanagers dementie zijn in het algemeen kritische zorgprofessionals en zeker kritisch ten aanzien van technologie. Maar als je ze mee hebt zijn ze ook wel enthousiast en willen het uitdragen. Er zijn in Friesland casemanagers dementie die de rol van ambassadeur hebben genomen en het overdragen aan de collega’s.  Onder andere hierom is vanaf dat moment het aantal aanmeldingen aanzienlijk gegroeid.

Te ondernemen stappen in een implementatiestrategie, zoals die uiteindelijk succesvol bleek in het project Leefstijlmonitoring in Friesland:

  • Herhaalde, kleinschalige voorlichtingsbijeenkomsten voor de zorgprofessionals. Bij voorkeur niet met directe betrokkenheid van de leverancier, omdat dit te commercieel kan overkomen. De voorlichting liefst door een meer onafhankelijke partij.
    Bij voorkeur op een plek waar het systeem gedemonstreerd kan worden: in Friesland bijvoorbeeld het 'Huis van Heden' van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.
  • Het formeel aanwijzen van een super user(s) binnen de organisatie, die tevens kan fungeren als ambassadeur. Deze krijgt een meer uitgebreide instructie, waar de leverancier zelf wel bij betrokken kan zijn. Hij/zij ondersteunt collega’s in het dagelijks gebruik.
  • Het doorlopen van alle dossiers om de cliënten te selecteren die voor leefstijlmonitoring in aanmerking zouden kunnen komen. Deze worden vervolgens bij de betrokken casemanager of andere zorgprofessional onder de aandacht gebracht.
    Voor te hanteren selectiecriteria: zie de pagina Nadere doelgroep aanduiding.
  • Het door het management binnen het functioneringsgesprek bespreken. Niet directief, maar geïllustreerd door een concreet praktijkvoorbeeld.
  • Richting de mantelzorg een brochure en andere mogelijke communicatie via eigen media of de krant, lokale omroep et cetera.

Rolverdeling zorgprofessional – mantelzorg

In de loop van de tijd, van project naar project, is te zien dat de rolverdeling aan het verschuiven is. In Noord-Limburg (Proteion e.a.) kijkt de zorgprofessional 1 keer per week naar het overzichtsscherm van de leefstijlmonitoring. In Friesland verschuift dit in de praktijk vaak naar 1 keer per 6 weken: bijvoorbeeld vlak voordat de casemanager op huisbezoek gaat. De monitoring wordt veel meer gedaan door de mantelzorg, wat past bij het streven naar de participatiemaatschappij en waarop ook de leveranciers inspelen met de vormgeving van hun product.

Onder effecten van leefstijlmonitoring is aangegeven dat een aangetoond effect van leefstijlmonitoring vermindering van de subjectieve stress is bij de mantelzorg. Dit is echter gebaseerd op de situatie bij Proteion, waarbij een vastgelegde procedure is dat 1 keer per week door een zorgprofessional naar het scherm wordt gekeken. Ook dit kan gaan verschuiven als de monitoring meer door de mantelzorg wordt gedaan. Wel is in Friesland in het onderzoek ook vermindering van de subjectieve stress bij de mantelzorg aangetoond, waarbij de monitoring dus meer naar de mantelzorg is verschoven.

Relevant materiaal

Facebook Twitter LinkedIn

Abonnee worden?

Welke mogelijkheden bieden domotica en waar moet je op letten? De kenniscirkel van Vilans biedt onafhankelijke informatie in de vorm van productvergelijking, voorbeeldprojecten, programma’s van eisen, workshops en tips voor financiering. Persoonlijk en altijd op maat gesneden!

Geïnteresseerd? Lees meer informatie en meld je aan!

domoticawonenzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.