Effecten van leefstijlmonitoring

U bevindt zich hier: Home | Leefstijlmonitoring | Effecten van leefstijlmonitoring

Effecten van leefstijlmonitoring

Deze pagina zoemt vooral in op de toepassing van leefstijlmonitoring bij alleenwonende mensen met dementie na de diagnose, omdat hier tot nu toe veruit de meeste ervaring mee is. Er is tot nu toe bijna geen ervaring met toepassing bij mensen met een verstandelijke beperking  en/of in de diagnosefase voor dementie.

Gebaseerd op ervaring en onderzoek tot nu toe in vooral Noord-Limburg zijn de onderstaande effecten of opbrengsten aangetoond.

Opmerking: Vilans heeft eind 2015 evaluatieonderzoek lopen in projecten in Friesland (zie onder het systeem Livind), Baarn-Soest en regio Nijmegen (zie onder het systeem Sensara). In deze evaluatieonderzoeken worden de effecten verder onderzocht.

  • Verbetering van de kwaliteit van zorg door het beter op de hoogte te zijn van de actuele situatie. Voornamelijk door vroegsignalering van crisissituaties. Zorg op maat door leefstijlmonitoring.
  • Vermindering van de subjectieve stress voor de mantelzorg.
  • Als professionele nachtzorg wordt ingezet: vermindering of stopzetten van de nachtzorg.

Vroegsignalering

De belangrijkste functie van leefstijlmonitoring is vroegsignalering van mogelijke crisissituaties. In de praktijk heeft de (mantel)zorg) vaak te laat in te gaten dat er iets afwijkends van het normale leefpatroon aan de hand is.
Er kan een onderscheid  worden gemaakt in:

  • Kortdurende crisissituaties ten gevolge van bijvoorbeeld een niet-vroegtijdig ontdekte infectie
  • Crisissituatie ten gevolge van een doorontwikkeling van het dementieproces

Kortdurende crisissituatie

Een voorbeeld hiervan is de bij ouderen relatief veel voorkomende urineweginfectie. Een niet tijdig ontdekte urineweginfectie kan leiden tot een delier (extreme verwardheid), dat op zijn beurt een negatieve invloed heeft op het dementieproces. Een goed werkende therapie voor een dergelijke infectie is een antibiotica kuur.

Een urineweginfectie uit zich onder andere in een vaker naar het toilet gaan dan gebruikelijk. Leefstijlmonitoring kan dit  signaleren als een afwijking van het normale dagelijkse leefpatroon en dit specifiek melden bij de (mantel)zorg.

Crisissituatie vanuit het dementieproces

Tijdens het dementieproces ontstaan er belangrijke veranderingen in de cognitie en andere aspecten. Bij niet tijdige signalering en vervolgens interventie kan er een crisis ontstaan.

Een belangrijke ontwikkeling die bij veel mensen met dementie voorkomt is het ontstaan van de nachtelijke onrust doordat de biologische klok verstoord raakt. Het is bekend dat deze veel voorkomt, maar niet wanneer dit precies gebeurd. Als de nachtelijke onrust ontstaat leidt dit meestal snel tot een overschrijding van de draaglast van de mantelzorg. Dit leidt vaak tot een crisissituatie en het door de mantelzorg aanvragen van een indicatie tot opname. Waarbij een opname in principe onvermijdelijk is tijdens het dementieproces.

Voor een nadere duiding de volgende grafiek. Deze grafiek geeft een businesscase weer die ligt  onder de ketenzorg dementie. Deze businesscase is opgesteld door de Erasmus Universiteit (Prof. Robbert Huisman, 2010). Het geeft de kosten per jaar weer voor zorg en dienstverlening voor mensen met dementie van de diagnose (jaar 0) tot en met de dood. De rode lijn laat de kosten zien zonder ketenzorg dementie, de blauwe lijn met ketenzorg dementie.  De kern van ketenzorg dementie is de inzet van een casemanager die vanaf de diagnose regelmatig contact heeft/op bezoek gaat bij de persoon met dementie en diens mantelzorg.

domotica2

Toelichting

  • Op jaar 5 vanaf de diagnose is in de rode lijn een piek te zien in de kosten per jaar. Dit geeft de kosten weer tijdens de crisissituatie die vaak ontstaat aan het einde van het middenstadium. Deze lopen op tot meer dan 30.000,- per jaar.
    Deze crisis wordt vooral veroorzaakt door het ontstaan van de nachtelijke onrust, waarbij de persoon met dementie in de nacht door de woning gaat dwalen. In de praktijk kan het maanden duren voordat men hier achter komt. De piek in de kosten wordt veroorzaakt door een hoge inzet van dagverzorging om de mantelzorg te ontlasten.
    De rode lijn maakt vervolgens een knik naar beneden naar een lager niveau in jaar 5,5. Dit markeert de intramurale opname die volgt na de crisissituatie. De directe aanleiding is vaak het overschrijden van de draaglast van de mantelzorg tijdens de crisissituatie.
  • In de blauwe lijn - met ketenzorg dementie, casemanagement - zijn de kosten tijdens de crisissituatie lager en is de piek ook later. Dit is het effect van het casemanagement dementie die de crisissituatie tijdig ziet aankomen en tijdig interventies kan plegen. Ook de intramurale opname is iets later door onder andere de ondersteuning die de mantelzorg door het casemanagement geboden wordt. Te zien is dat casemanagement dementie - zonder technologie - aanzienlijke kosten kan besparen.
  • Leefstijlmonitoring kan bij wijze van spreken fungeren als extra ogen en oren voor het casemanagement.
    Een verwacht effect hiervan is dat het casemanagement en andere betrokken hulpverleners zoals de wijkverpleging door vroegsignalering via de leefstijlmonitoring nog tijdiger interventies kan inzetten. De verwachte effecten hierbij zijn een nog verdere daling van de kosten tijdens de crisisfase en een nog verder naar achter schuiven van de piek in de kosten.
  • Van belang is dan wel dat de leefstijlmonitoring tijdig – dat wil zeggen vóór  deze crisissituatie -  wordt ingezet. Dit is dan in principe bij het begin van het middenstadium van dementie. De overgang van het milde naar het middenstadium is door een zorgprofessional als een casemanager dementie te bepalen.
  • De zorgprofessional die in deze fase van het dementieproces naast de mantelzorg is betrokken is de casemanager dementie of de zorgprofessional zoals een wijkverpleegkundige die deze rol vervult. Hij/zij kan in de regel vanaf de diagnose betrokken zijn en is dan ook degene die vanuit een zorgorganisatie actief betrokken is bij leefstijlmonitoring.

Er zijn nog andere aspecten die voortkomen uit het dementieproces die kunnen leiden tot een crisis of tot mogelijke extra belasting van de mantelzorg, die anders te vermijden was geweest. Een paar voorbeelden:

  • Dementie heeft al vroeg in het dementieproces een invloed op de motoriek en daarmee op het lopen. In ieder geval één van de systemen voor leefstijlmonitoring - Sensara - kan een relatieve vermindering van de loopsnelheid binnen de woning signaleren en dit melden. Het kan gepaard gaan met een verhoogd valrisico Dit kan aanleiding zijn om iemand de met een rollator buiten loopt aan te bevelen om deze ook binnen te gaan gebruiken en hierbij ondersteuning en begeleiding te bieden. Het gaat hier dan om een vorm van valpreventie.
  • Een ander bekend aspect van dementie is de invloed op het eetpatroon. Niet goed meer eten kan een trigger zijn voor een crisis. Via leefstijlmonitoring is de activiteit in de keuken te volgen en wordt de (mantel)zorg geattendeerd op afwijkingen hierin ten opzichte van het gebruikelijke leefpatroon. Verminderde activiteit in de keuken is een indicatie dat er op dit punt iets aan de hand kan zijn.
    Leefstijlmonitoring registreert echter niet of er daadwerkelijk gegeten wordt.

Zorg op maat door leefstijlmonitoring

Door leefstijlmonitoring kan in het algemeen meer zorg op maat geleverd worden door het beter op de hoogte te zijn van de actuele situatie. Dit kan ook een bijzondere wending krijgen in de praktijk, die ook als een vorm van meer zorg op maat kan worden beschouwd.

Het is meermalen in de praktijk voorgekomen dat de mantelzorg de resultaten/grafieken van leefstijlmonitoring gebruikt om richting behandelaars en het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ) aan te kunnen geven dat de situatie thuis niet meer houdbaar is. De grafieken van leefstijlmonitoring worden dan gebruikt als bewijsvoering voor deze situatie om een indicatie voor opname te verkrijgen.

Vermindering van de subjectieve stress

Dit is aangetoond bij de toepassing van leefstijlmonitoring bij Proteion (onderzoek Hogeschool Zuyd, 2010) en in Friesland (onderzoek Vilans, 2016)

Het is van belang omdat stress op de lange duur kan leiden tot het overschrijden van de draaglast van de mantelzorg. Als dit gebeurt is het aanvragen van een indicatie tot opname meestal niet ver weg. De stelling is dat een vermindering van de subjectieve stress ertoe bijdraagt dat de mantelzorg het langer volhoudt en daardoor een uitstel van de in principe onvermijdelijke opname kan worden bewerkstelligd. Dit is echter tot nu toe niet direct bewezen.

In de praktijk van Proteion is het wel zo dat een vastgestelde procedure is dat een zorgprofessional 1 keer per week naar het scherm kijkt. Dit geeft de mantelzorg een stuk geruststelling. In het project in Friesland is te zien dat het monitoren zelf meer verschuift naar de mantelzorg. Dit kan gevolgen hebben voor de beleving van de subjectieve stress.

Vermindering of stopzetten van de nachtzorg

Bij Proteion bleek dat bij 25% van de cliënten met nachtzorg dit kan worden stopgezet. Bij deze cliënten werd de nachtzorg alleen ingezet om te checken hoe het met de cliënt gaat. Dit is bij deze cliënten overgenomen door de leefstijlmonitoring. 

Facebook Twitter LinkedIn

Abonnee worden?

Welke mogelijkheden bieden domotica en waar moet je op letten? De kenniscirkel van Vilans biedt onafhankelijke informatie in de vorm van productvergelijking, voorbeeldprojecten, programma’s van eisen, workshops en tips voor financiering. Persoonlijk en altijd op maat gesneden!

Geïnteresseerd? Lees meer informatie en meld je aan!

domoticawonenzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.