Nadere doelgroep aanduiding

U bevindt zich hier: Home | Leefstijlmonitoring | Nadere doelgroep aanduiding

Nadere doelgroep aanduiding

Doelgroep: thuiswonende kwetsbare ouderen

Een nadere beschrijving van de doelgroep van leefstijlmonitoring als het gaat om thuiswonende (kwetsbare) ouderen:

  • Alleenwonende personen: bij meerdere mensen woonachtig in de woning werkt de software van de leefstijlmonitoring minder goed.
  • Met een ziektebeeld als dementie. De leefstijlmonitoring volgt namelijk de langzame veranderingen in het dagelijks leefpatroon als gevolg van het dementieproces.
    • Een diagnose voor dementie
    • Of een andere chronische (neuro)degeneratieve ziekte (ziektebeeld met een langzame achteruitgang). Bijvoorbeeld een diagnose voor de ziekte van Parkinson (komt vaak voor in combinatie met dementie).
    • Het kan voorkomen dat iemand duidelijk wel dementie heeft, maar dat er geen officiële diagnose is vastgesteld. Deze komen ook in aanmerking.
    • Iemand met de diagnose Mild Cognitive Impairment (MCI) heeft in principe minder de voorkeur, tenzij er sprake is van een verhoogde kwetsbaarheid door andere oorzaken. Combinatie van MCI met andere ziektebeelden komt vaak voor.
      MCI is in 50% van de gevallen een voorstadium van dementie, maar is in principe stabiel. Bij 50% van de gevallen verdwijnen ook de cognitieve klachten.
      Aan de andere kant: bij MCI kan het toch doorzetten naar dementie getriggerd worden door een gebeurtenis, zoals een valpartij, vervolgens ziekenhuisopname en een delier (extreme verwardheid) door het verblijf in het ziekenhuis. Of door urineweg infectie, die een delier kan veroorzaken. Het is dan relevant om met de leefstijlmonitoring te volgen of bij iemand met MCI de situatie stabiel blijft of dat er toch sprake zou kunnen zijn van een doorontwikkeling naar dementie. De resultaten van de leefstijlmonitoring kunnen dan bruikbaar zijn bij het stellen van de diagnose. Dit is echter nog niet als zodanig toegepast.
  • Met een voorkeur voor mensen met dementie die het milde stadium voorbij zijn en zich in het midden stadium van dementie bevinden. Er is bij voorkeur nog geen sprake van de crisissituatie, zoals deze zich vaak voordoet aan het einde van het middenstadium  omdat de belangrijke functie van leefstijlmonitoring juist een vroege signalering van deze crisis is. De oorzaak van deze crisissituatie aan het einde van het middenstadium is meestal de nachtelijke onrust. Als er al sprake is van nachtelijke onrust, is inzet van leefstijlmonitoring wel zinvol om de ontwikkeling hierin te kunnen volgen. Maar het is nog zinvoller om leefstijlmonitoring al in het stadium daarvoor toe te kunnen passen.
  • Betrokkenheid van een mantelzorger of meerdere mantelzorgers: de familie of eventueel kennissen worden betrokken in de monitoring. Deze hoeven niet in de directe omgeving te wonen.
    Interessant is juist een situatie met familie dichtbij en familie die verder weg woont, bijvoorbeeld in het buitenland. De laatste kan met de leefstijlmonitoring op afstand een actievere rol vervullen en daarmee de mantelzorg dichterbij van dienst zijn. Dit vult vaak een behoefte in van de verder weg wonende mantelzorg.

Andere doelgroepen

Toepassing van leefstijlmonitoring is mogelijk bij de volgende doelgroepen, hoewel hiermee vooralsnog weinig ervaring mee is:

  • In de intramurale ouderenzorg. Dit is met name relevant omdat mensen met indicatie zorgprofiel 5 intensieve dementiezorg en zonder noodzaak tot verblijf op een gesloten afdeling in toenemende mate worden gehuisvest in kamers/appartementen van verzorgingshuizen/zorgcentra. Daarmee niet op een gesloten PG-afdeling met toepassing van groepswonen concept. Door het niet toepassen van het groepswonen concept bij deze cliënten met een zorgprofiel Intensieve dementiezorg en door de meestal grotere appartementen in vergelijking met de kamers in de PG-afdelingen met groepswonen verblijven deze cliënten vaak langere tijd op hun appartementen. Er is daardoor minder zicht op hun ontwikkeling.
  • Per eind 2015 is in ieder geval één van de systemen voor leefstijlmonitoring – Livind -  samenwerking aangegaan met één van de leveranciers van de nieuwe domotica voor intramurale dementiezorg met onder andere verbeterde uitbeldmelding, namelijk Avics als een van de drijvende krachten achter de ontwikkeling van het systeem rond de Slimme Optische Sensor (SOS).
  • In de gehandicaptenzorg: Hier is eigenlijk nog geen ervaring mee, oktober  2016. Toepassing is voorstelbaar bij cliënten die langdurig op hun appartement verblijven, min of meer vergelijkbaar met voornoemde cliënten met zorgprofiel 5 in de ouderenzorg.
    Vilans heeft wel pilots geïnitieerd in de tweede helft van 2016 met zowel het Sensara als het Livind-systeem in de gehandicaptenzorg. Toepassing lijkt dan met name te gaan in de richting van een tijdelijke monitoring om beter zicht te krijgen op bepaald gedrag van de cliënt, waarbij deze cliënt veel op zijn/haar eigen kamer verblijft. Als input bijvoorbeeld voor de gedragsdeskundige. Begin 2017 wordt hierover gepubliceerd.

Facebook Twitter LinkedIn

Abonnee worden?

Welke mogelijkheden bieden domotica en waar moet je op letten? De kenniscirkel van Vilans biedt onafhankelijke informatie in de vorm van productvergelijking, voorbeeldprojecten, programma’s van eisen, workshops en tips voor financiering. Persoonlijk en altijd op maat gesneden!

Geïnteresseerd? Lees meer informatie en meld je aan!

domoticawonenzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.